De gokker en zijn sociaal
netwerk

Elma van Dongen (0223786)
Loïc van Eyk (0230634)
Universiteit Utrecht
Algemene Sociale Wetenschappen
Tracé: Cultuur Zorg en Welzijn
Module: Culturen en Leefwerelden
Docent: L. Meeuwesen
december 2002
Inhoud
Proloog 2
H 1: Inleiding 3
H 2: Gokken 5
H 3: Sociaal netwerk /
sociale steun 9
H 4: Verband tussen gokken
en primair sociaal netwerk 12
H 5: Beschouwing en
conclusie 16
Literatuurlijst 18
Bijlage 19
Proloog
Zoals
elke week zat ik weer in mijn stamkroeg mijn Amsterdammertje te drinken.
Wederom was er niemand in de kroeg behalve de barman en een schim in de hoek
achter de lichtjes. De kroegbaas had zojuist zijn diploma gehaald van de cursus
bedrijfshulpverlening. Hij was er met moeite doorheen gekomen. B. vond de
cursus soft, maar één onderwerp zorgde desondanks voor een interessant gesprek.
Een examenvraag was: ‘Wat moet u doen als een gokker te lang achter de
speelautomaat staat?’ Terwijl we
hierover discussieerden voelde ik me gegeneerd. We waren over gokken aan het
praten terwijl achter de speelautomaat een gokker met veel plezier zijn geld
zag verdwijnen. Ik zei tegen B. dat waarschijnlijk de gokker dit ook hoorde.
Dit zou misverstanden kunnen geven. Brian legde me uit dat de gokker zo
gefixeerd was op het gokken dat die het niet zou horen. Ik draaide me half om
en ging het testen. ‘He R..... riep ik hardop’. Zonder om te draaien roept R.
direct terug: ‘nee hoor van mij mogen jullie er best over praten.’ Ik draaide
mezelf terug en keek naar de B.. B. keek me verbaasd aan. Ook ik was toch
verbaasd.
Hoofdstuk 1 Inleiding
Dit
paper is geschreven als afsluiting van het vak Culturen en leefwerelden in het
tweede/derde doctoraaljaar van onze studie Algemene Sociale Wetenschappen aan
de Universiteit te Utrecht. Het doel is een wetenschappelijke vraagstelling uit
te werken over een onderwerp dat in verband staat met primaire relaties.
Wij
hebben gekozen voor het onderwerp: de gokker en zijn sociale netwerk.
Wij
vroegen ons af welke wisselwerking er is tussen de gokker en zijn sociale
netwerk in de verschillende fasen van het gokken.
Zijn
er aspecten die ervoor zorgen dat een sociale netwerk de gokker
ondersteunt/aanmoedigt en wat als het netwerk de gokker juist tegenwerkt?
De doelstelling van dit paper is om inzicht te krijgen in sociale steun vanuit primaire
relaties in verschillende fasen van gokken.
De vraagstelling die we daarbij gekozen
hebben is:
Welke
verbanden zijn er te leggen tussen het primair sociaal netwerk en het
gokgedrag?
Aan
gokken en gokverslaving wordt relatief gezien weinig aandacht besteed. Het is
geen verslaving waarbij de gebruiker middelen tot zich
neemt en daarom misschien een meer verborgen en/of onderschatte verslaving.
Toch zijn er wel degelijk risico's aan het gokspel verbonden. Deze kunnen te
maken hebben met geld (financiële problemen), het verwaarlozen van het sociale
netwerk (sociaal isolement), psychische problematiek (neurose, pathologie,
agressie, depressie).
In
de elementen die we hiervoor noemen zit een verband
met familie en naasten. Deze familie en naasten beschouwen wij als het primaire
sociaal netwerk aangezien zij emotioneel verbonden zijn aan de gokker. In het
sociaal netwerk kunnen ook hulpverleners en anderen (denk aan het werk, school,
de politie agent etcetera) voorkomen, deze worden geplaatst in het secundaire
sociaal netwerk. Hulpverleners en anderen hebben geen of in zeer lichte mate
een emotionele relatie met de gokker. Zij hebben een professionele relatie. Wij
gaan ons richten op de primaire relatie van de gokker met zijn sociaal netwerk.
We zullen vanuit de visie van de algemene sociale wetenschap dit onderwerp gaan
belichten.
De
informatie die we gebruikt hebben voor dit paper komt uit drie hoofdbronnen. De
eerste is de universiteitsbibliotheek te Utrecht. Hier komen de boeken en
tijdschriften vandaan. Deze worden vermeld in de literatuurlijst. Om zelf een
beeld te krijgen van gokken hebben we maandag 18 november een bezoek gebracht
aan het Holland Casino te Nijmegen. Daar werden we geconfronteerd met een
aantal gedragingen die bij ons vragen opriepen. We spraken over diverse
onderwerpen welke steeds als rode draad terug zullen komen in dit paper.We
hebben gezien hoe het gokken werkt en vanuit de literatuur verbanden kunnen
leggen. Op woensdag 27 november hebben we Dr. Ir.
Gokken
is van alle tijden en in iedere tijd ontstaan nieuwe manieren van gokken. Of
iets gezien wordt als een verslaving is mede afhankelijk van de culturele
omgeving waar het zich afspeelt.
Kingma
gaf aan dat de relatie gokken en sociaal netwerk een relatie is die vooral
belangrijk is bij het ontstaan van verslaving. De persoon die gaat gokken is
niet los te zien van zijn sociaal netwerk en dit maakt dat hij er ongemerkt
door wordt beïnvloed. Bourdieu omschrijft dit met het
woord 'habitus'. In een omgeving waar gegokt wordt zal iemand dus eerder gaan
gokken. Het individu is dus niet los te zien van zijn netwerk. Het
socialisatieproces heeft zo een belangrijke invloed op het feit of iemand
gokverslaafd zal worden of niet.
Het
terugtrekken en belazeren van het sociaal netwerk zijn de meest in het oog
springende effecten van gokverslaving voor de omgeving. Als de omgeving de
controle over de gokker kwijt raakt en andersom, dan ontstaan de werkelijke
problemen. Het is hierbij belangrijke of de gokker redeneert in termen van
schuld (gericht op sociale kenmerken) of schaamte (gericht op individuele
kenmerken).
Belangrijk
interventiepunt is het bewerkstelligen van het hervinden van controle tussen de
gokker en zijn sociaal netwerk.
De
opbouw van de paper is als volgt:
In
hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van diversen aspecten van gokken.
In
hoofdstuk 3 wordt aan de hand van theorieën een beschrijving gegeven van de
functie van sociale steun/ sociale netwerken.
In
hoofdstuk 4 leggen we het verband tussen het gokgedrag en het primair sociaal
netwerk.
Tenslotte
geven we in hoofdstuk 5 een beschouwing over de voorgaande vier hoofdstukken en
komen we tot een conclusie.
In
dit paper spreken we over gokker in de hij-vorm, we
bedoelen daarmee zowel man als vrouw. Hierbij willen we opmerken dat in het
casino voornamelijk mannen komen en kienen/bingo voornamelijk door vrouwen
bezocht wordt (Kingma, interview).
Hoofdstuk 2 Gokken
2.1 Inleiding.
In
dit hoofdstuk gaan we het begrip gokken onder de loep nemen. Om te beginnen is
het belangrijk om te weten welke spelen binnen het gokken vallen. Deze spelen
onderscheiden we in behendigheidspelen en kansspelen. Daarna belichten we zes
fasen van het gokken. In deze fasen van Custer (De Vos, 1995, p.54-56) wordt
het proces weergegeven van een beginnende gokker naar gokverslaving. Binnen dit
model past het grootste deel van het gokken. In dit model worden al enkele
kenmerken genoemd die uitgewerkt zullen worden in hoofdstuk 4 over de gokker en
zijn sociale omgeving.
2.2 Wat is gokken?
Het
gokken kan vergeleken worden met het spelen van een spel (Kuiper, 1988). Zo is
het gokken allereerst een vrije handeling. Om een gok te wagen wordt men niet
gedwongen door lichaam en geest of door sociale aspecten.
Gokken
is een uittreding uit het ‘gewone’ of ‘eigenlijke’ leven in een tijdelijke
activiteit met een eigen strekking. Dit hebben we zelf kunnen ervaren in ons
casino bezoek. Het eerst wat ons opviel was dat we in een andere wereld
belandden. Een duidelijk voorbeeld is dat er niet gespeeld wordt met geld, maar
er wordt gespeeld met fiches. Deze hebben wel een bepaalde vaste waarde, maar
deze geldwaarde vergaten we al snel. Dit komt doordat je normaal gesproken iets
moet doen wat in verhouding staat tot het geld en iets krijgt wat in verhouding
staat tot het geld. In het casino kun je door heel weinig te doen veel geld
winnen, maar ook veel geld verliezen.
Het
spel zondert zich af van het ‘gewone leven’ door zijn begrensdheid van tijd en
plaats. Zo duurt een potje roulette 1 minuut en een keer de gokautomaat laten
draaien 20 seconden. Deze gokspelen staan op bepaalde locaties. Het
roulettespel in Nederland staat in het casino en de gokkast in het casino, de
gokhal en het café.
Het
gokken is net als het spel herhaalbaar. Dit is een van de essentiële kenmerken
van het spel. De roulette rondes zijn identiek aan elkaar, behalve dat het
balletje op een ander nummer kan vallen.
Het
gokken is verbonden aan regels welke bepalen wat er in de tijdelijke wereld van
het spel zal gelden. Die regels zijn bindend en eenduidig. In het Holland
Casino zijn deze regels vastgesteld in de algemene voorwaarden. Deze regels
zijn waterdicht en er is geen discussie over mogelijk. Mocht er tijdens het
spel hier onduidelijkheid over bestaan, dan wordt er door middel van de camera
en het boekje met de regels van het spel een toetsing gehouden.
Het
spel is een wedstrijd om iets, of een vertoning van iets. Bij het gokken geldt
over het algemeen dat je geld kan winnen. Dit kan een laag of hoog bedrag zijn.
Soms is het zo dat je ook goederen kan winnen. Zo kun je in het Holland casino
een auto winnen als je de jackpot hebt. Bij het kienen en bingo kun je soms een
plak leverworst winnen tot een wasautomaat.
2.3 De verschillende
gokspelen.
Het
gokken bestaat uit verschillende gokspelen. Enkele daarvan zijn al opgenoemd.
Dit zijn bingo, kienen, speelautomaten, blackjack etc. Maar er zijn er nog veel
meer. Het is handig om deze eerst op te splitsen in de behendigheidsspelen en
de kansspelen. Bij behendigheidsspelen gaat het erom dat je zelf invloed hebt
op het spel. Denk aan pokeren met een gezelschap. Op het moment dat een iemand
het spel goed beheerst en weet welke kaarten hij moet behouden dan heeft hij op
het gebied van behendigheid een voordeel. Ook kan het zijn dat je door middel van
de kaarten te tellen weet wat een ieder in handen heeft. Dit is
onwaarschijnlijk, maar mocht dat zo zijn dan spreek je van behendigheid. Bij
kansspelen kan men geen invloed uitoefenen op het verloop van het spel.
Belangrijk hierbij is duidelijke en eenduidige regels. Je speelt niet tegen
elkaar een spel, maar tegen een automaat of als er een onafhankelijke persoon
is bij het spel. Een croupier kan hiervoor zorgen. Een croupier zorgt ervoor
dat de schaal linksom draait. Het balletje schiet hij met zijn duim en wijs
vinger in tegenovergestelde richting. Het balletje draait meerdere rondes door
de schaal en uiteindelijk valt het balletje bij het nummer. Het is onmogelijk
om uit te rekenen waar het balletje op zal vallen. Dit lukt zelfs niet met zeer
geavanceerde rekencomputers.
Bingo,
kienen, speelautomaten en blackjack zijn typische kansspelen.
Behendigheidsspelen zijn golden ten, piramide spel, flippergokkast etcetera. In
de boeken word er nog weinig gezegd over het sms-spel (via de mobiele telefoon)
en aandelen. Naar ons idee vallen deze twee spelen binnen het kansspel. Zo is
het bij aandelen zo dat je behendig om kan gaan met je aandelen, maar
uiteindelijk is het aselect of je wint of verliest. Bij het sms-spel gaan we
ervan uit dat de computer waarnaar je het sms-bericht
stuurt aselect een winnaar trekt.
2.4 Dostojewski en Freud
In
1866 schreef Dostojewski het boek ‘De speler’ (Kingma, 2002). Dit boek wordt
algemeen erkend als een onovertroffen weergave van gokverslaving. ‘De speler’
gaat over de eigen ervaringen van Dostojewski met de roulette. Dostojewski legt
in dit boek uit dat zijn beweegreden om te gokken kwamen door een begrijpelijke
reactie op gebrekkige levensomstandigheden. Zo wilde hij met het gokken geld
verdienen om zijn gezin te onderhouden en de gebrekkige omstandigheden te
verbeteren. Dit wordt het instrumenteel spelen genoemd. Op dit moment heerst
deze opvatting vrijwel niet meer op het gebied van bingo, casino spelen, maar
bij aandelen wordt er juist wel vanuit het instrumentele spelen gedacht (er van
uitgaande dat er geen voorkennis bij aandelen aanwezig is). Freud
daarentegen heeft andere interpretaties van de gokverslaving die Dostojewski
had. Freud maakt deze interpretaties volgens Kingma
niet vanuit de roman, maar vanuit brieven van de zus van Dostojewski. Freud ziet de verslaving als een intrapersoonlijke
stoornis. Deze zijn terug te brengen naar seksuele driften zoals anale
regressie en masturbatie. Volgens Freud kan de
bevrediging van behoeften (het
pleziergokken) resulteren in pathologische dwangneurose (gokverslaving).
2.5 De zes fasen van Custer
We
hebben beschreven wat gokken is, welke vormen van gokken er zijn en hoe er naar
gokken gekeken kan worden.
Aan
de hand van de fasen van Custer gaan we nu bekijken hoe een gokker verslaafd
kan raken aan het gokken.
Fase
1 De
winnende fase.
Deze
wordt gekenmerkt door:
Ons
eerste bezoek aan de casino herkenden we enkele van deze kenmerken. We hadden
voor 10 euro 5 fiches gekocht. We gingen deze fiches inzetten aan de roulette
tafel. Eerst waren we voorzichtig en zetten we per ronde 1 fiche in. Deze
verloren we. Op dat moment begrepen we niet wat de kick van het spel was totdat
we bij de derde inzet 8 fiches wonnen. Dit zorgde ervoor we 10 fiches hadden.
Hierdoor konden we meer inzetten. Bij de vijfde ronde hadden we 3 fiches
ingezet. Vervolgens wonnen we 24 fiches. Dol enthousiast gingen we nog even
door. De inzet van de volgende ronde werd 5 fiches, maar die verloren we.
Direct daarop was het voldoende geweest. We hebben de fiches ingeleverd en
incasseerden het gewonnen geld. Thuis aangekomen ontdekten we dat je bij winst
niet goed de waarde van het geld kon inschatten. Door het verlies van waarde
van het geld gingen we ook meer inzetten.
Fase
2 De
verliezende fase.
Deze
wordt gekenmerkt door een overgang naar het alleen spelen en opscheppen over
winsten. Overige aspecten zijn:
Tijdens
deze fase heeft de gokker minder controle over het gokken. Tussen de gokker en
het sociaal netwerk ontstaat er een spanningsveld. Het gokken begint meer
terrein te winnen over het leven van de gokker.
Fase
3 De
wanhopige fase.
In
deze fase overheerst het feit dat aan spelen meer tijd en geld wordt besteed
dan aan andere zaken. Voorts ziet men:
In
deze fase staat het leven in het teken van gokken. De gokker kan niet meer als
persoon functioneren maar wordt in beslag genomen door zijn verslaving. Er is
een breuk met het sociaal netwerk ontstaan.
Fase
4 De
kritieke fase.
Het
herstel wordt ingezet door de overgang
naar deze fase. We zien het volgende:
Tijdens
deze fase verliest het gokken terrein op de persoon. De gokker ziet in dat hij
als persoon amper los van het gokken kan functioneren. De gokker heeft hulp
nodig. Waarschijnlijk zal er weinig steun te vinden zijn bij het sociaal
netwerk. Hij zal steun moeten vragen bij diegenen die overgebleven zijn in het
sociaal netwerk of professionele hulp in moeten schakelen.
Fase
5 Fase van
herstel.
De
gokker kan dan terechtkomen in de fase van opnieuw opbouwen met daarin:
In
deze fase probeert de gokker zijn leven weer op te pakken, het sociaal netwerk
speelt daarbij een belangrijke rol. Er worden pogingen gedaan om de breuk te
lijmen die er tussen de gokker en zijn sociaal netwerk ontstaan is.
Fase
6 De fase
van groei.
In
de laatste fase:
Nu
staat de gokker weer bijna met beide benen op de grond. De breuk is voor een
deel gelijmd. Nu hoeft de gokker zichzelf niet meer te bewijzen dat hij niet
meer gokt, maar kan hij zijn oude structuren en rollen opvatten die aanwezig
waren voor de verslaving. Denk hierbij
aan de rol van partner, ouder, vriend(in).
Hoofdstuk 3 Sociaal
netwerk / sociale steun
3.1 Inleiding
Dit
hoofdstuk gaat over het sociale netwerk en sociale steun. Er zal een
beschrijving gegeven worden van de functies van een sociaal netwerk in het
algemeen en de verschillende vormen van sociale steun die bestaan. Daarna zal
gekeken worden hoe sociale steun zich verhoudt tot gezondheid. Hierbij
gebruiken we de theorie van het sociaal kapitaal (Tijhuis,
1994) en het model van de balans tussen draagkracht en draaglast van K. Bakker
(1999, p.175)
3.2 Sociale netwerken
Het
sociale netwerk kan omschreven worden als alle relaties die een persoon heeft
met andere personen. Wij verstaan in dit paper onder primaire relaties:
partner, gezin, vrienden. Kenmerken van een sociaal netwerk zijn de omvang
(hoeveelheid personen), de dichtheid (duur, frequentie en aard van de
contacten), de structuur (sociale rollen van de leden) en de kwaliteit van het
netwerk (stabiliteit, mate van ontvangen van de gewenste sociale
ondersteuning).
In
netwerk onderzoek zijn drie benaderingen gangbaar die elk gericht zijn op
andere kenmerken van sociale netwerken (Tijhuis,
1994, p.153). De sociale integratie benadering richt zich op het vaststellen
van de aan- of afwezigheid van bepaalde soorten
sociale relaties. In de sociale steun benadering wordt de kwaliteit van sociale
relaties als belangrijkste netwerk-aspect gezien, dat
zou kunnen worden afgelezen aan het geven en ontvangen van sociale steun. Tot
slot richt de sociaal netwerk- of structuur
benadering zich op structurele kenmerken van de netwerken van respondenten
(bijvoorbeeld dichtheid of heterogeniteit). In dit paper zullen we ons vooral
richten op de sociale steun benadering.
De
socioloog Bourdieu (Pierce,
Lakey, Sarason, 1997)
spreekt over verschillende soorten kapitaal die een rol spelen bij de
overdracht van generatie op generatie. Hij maakt een onderverdeling in economisch-, cultureel-, sociaal
en persoonlijkheidskapitaal. Economisch kapitaal bestaat uit geld en goederen.
Cultureel kapitaal heeft te maken met onderwijs, levensstijl en cultuur die
overgedragen wordt. Onder het sociaal kapitaal vallen sociale netwerken, die
kunnen gezien worden als sociale hulpbronnen. Het persoonlijkheidskapitaal bestaat
uit vaardigheden en persoonlijke eigenschappen.
Uit
onderzoek is gebleken dat mensen die beschikken over meer hulpbronnen
(waaronder sociale hulpbronnen), beter in staat zijn hun doelen te bereiken.
Toegang tot sociale hulpbronnen betekent echter niet dat deze ook gebruikt
zullen worden. Sociaal kapitaal is namelijk het resultaat van:
·
het aantal mensen dat voor hulp beschikbaar is.
·
de hulpbronnen die kunnen worden gemobiliseerd via
deze personen.
·
de mate waarin deze personen bereid of verplicht
zijn hulp te leveren. (Tijhuis, 1996)
3.3 Sociale steun
We
proberen in dit hoofdstuk een overzicht te geven van de impact van relaties
(sociale netwerk) op gezondheid, ziekte en welbevinden. Binnen het sociale
netwerk vinden sociale interacties plaats. Sociale steun is de steun die
voortvloeit uit het sociaal netwerk en kan verschillende functies hebben.
De
volgende functies zijn te onderscheiden: materiële ondersteuning (praktische
hulp bieden in allerlei situaties van alledag), cognitieve ondersteuning (informatie
geven), affectieve ondersteuning (emotionele ondersteuning), feedback (sociale
identiteit verkrijgen door lid te zijn van sociale netwerken) en begeleiding
(professionele sociale ondersteuning).
Sociale
steun wordt gezien als preventieve factor in het ontstaan van problemen.
Sociale steun draagt namelijk bij aan adequate coping
(omgaan met problemen) en zorgt voor gezond blijven. Het gevoel gesteund te
worden kan een individu aanmoedigen een stressvolle situatie onder ogen te zien
die anders onoplosbaar zou lijken. Negatieve aspecten van sociale relaties zijn
net zo sterk gerelateerd aan minder aanpassing aan probleemsituaties, als
positieve aspecten van relaties verbonden zijn aan betere coping
en aanpassing aan probleemsituaties.
Effecten
van sociale netwerken op gezondheid worden volgens M. Tijhuis
beschreven in termen van een van de volgende hypothesen:
·
"Buffer-"
effecten: sociale steun leidt tot een betere gezondheid door het bufferen van
stress.
·
"Directe" effecten: meer integratie leidt
tot een betere gezondheid ongeacht het niveau van stress.
Tijhuis veronderstelt dat het zogenaamde "directe" effect van
sociale netwerken op gezondheid verklaard kan worden door de sociale regulatie
van gezondheidsgedrag: wanneer mensen meer hebben geïnvesteerd in sociale
relaties, dan zullen zij zich meer gedragen volgens de normen die in deze
netwerken gelden. In haar onderzoek werd dit effect niet aangetoond, maar wel
werd bevestigd dat gezondheidsgedrag van mensen is gerelateerd aan kenmerken
van het sociale netwerk waarvan zij deel uitmaken.
Vervolgens
stelt zij dat het "buffer-" effect van
sociale steun is gespecificeerd met behulp van de theorie van het sociaal
kapitaal in termen van de aansluiting tussen gebeurtenissen en steun, en van
het daadwerkelijke gebruik van steun. Wil er sprake zijn van een "buffer-" effect, dan moet sociale steun dus
beschikbaar zijn en ook worden gebruikt. De soort steun moet bij de soort
stress aansluiten om van invloed te kunnen zijn op de gevolgen van die soort
stress. Gebleken is dat mensen die meer gevolgen ondervinden van stress, ook
meer steun ontvangen (mobilisatie-effect).
Tijhuis concludeert dat op basis van de theorie van sociaal kapitaal er een
relatie aangetoond is tussen sociale netwerken en gezondheid. Zij geeft hierbij
echter aan dat de ideeën zijn ontwikkeld vanuit sociologische theorie en dat
het belangrijk is ook psychologische of psycho-fysiologische
mechanismen bij de theorie te betrekken.
3.4 Model van de balans
tussen draagkracht en draaglast
Door
de theorie van het sociaal kapitaal te combineren met het model van de balans
tussen draagkracht en draaglast (Bakker, 1999) denken wij iets meer te kunnen
zeggen over de relatie sociaal netwerk en gezondheid. In dit model wordt
namelijk niet alleen vanuit het sociaal netwerk gekeken, maar worden er ook
individuele en maatschappelijke kenmerken bij betrokken.
In
zijn model gaat Bakker (zie bijlage) uit van een balans tussen risicofactoren
(draaglast) en beschermende factoren (draagkracht). Vanuit deze balans probeert
het model te verklaren en begrijpen hoe psychosociale problemen ontstaan. Zowel
de risicofactoren als de beschermende factoren zijn te onderscheiden op drie
niveaus: individueel, sociaal en maatschappelijk. Bij het individuele niveau
horen kenmerken die in de persoon liggen zoals (intra)psychische
problemen, sociale competentie en zelfbeeld. Bij het sociale niveau horen
kenmerken die te maken hebben met de positie van de persoon binnen het gezin,
de peergroep, school en buurt. Zoals opvoedingsklimaat, groepscultuur, sociale
binding, sociale controle. Op het maatschappelijke niveau hebben we te maken
met kenmerken vanuit de samenleving. Bijvoorbeeld (on)toegankelijkheid
van voorzieningen, werkloosheid, tolerantie. Het is altijd het samenspel van de
verschillende factoren wat zorgt dat de kans op problemen al dan niet toeneemt.
De ernst van de situatie wordt veroorzaakt door de mate van verstoring in de
balans tussen draagkracht en draaglast. Problemen op het ene vlak kunnen
gecompenseerd worden door positieve factoren op een ander vlak. Zo zou
gebrekkige impulscontrole (individueel kenmerk) gecompenseerd kunnen worden
door sociale steun en/of sociale controle (sociaal kenmerk). Ook belangrijk bij
het hanteren van dit model is dat niet alle factoren even zwaar wegen. Bakker
beschrijft dat de overtuiging groeiend is dat juist sociale factoren zoals
sociale steun, binding en veiligheid een belangrijke intermediaire rol kunnen
vervullen tussen enerzijds individuele en/of maatschappelijke risicofactoren en
anderzijds de resultaten in de opvoeding en ontwikkeling.
Hoofdstuk 4 Verband
tussen gokken en primair sociaal netwerk
4.1 Inleiding
In
hoofdstuk 2 hebben we beschreven wat gokken is, welke gokspelen er zoal zijn en
hoe een gokker verschillende fasen doorloopt wat uiteindelijk resulteert in
gokverslaving. In hoofdstuk 3 zijn de verschillende functies van het sociaal
netwerk in relatie tot gezondheid, ziekte, welbevinden beschreven.
In
dit hoofdstuk gaan we aan de hand van de fasen van Custer (zie hoofdstuk 2) per
fase de rol van de gokker en het sociaal netwerk benoemen om het verband tussen
beiden te leggen. In zijn model beperkt Custer zich tot een opsomming van
gedragingen en kenmerken. Gezien de doelstelling van dit paper willen wij dit
model verder uitwerken vanuit de rol van het sociaal netwerk.
4.2 De winnende fase
Van
huis uit krijgt een gokker normen en waarden mee die direct of indirect te
maken kunnen hebben met gokken (sociaal kapitaal). Zo kan het zijn dat de
ouders van een toekomstige gokker zelf ook gokken en dit zien al een sociale
aangelegenheid. Als je dit meekrijgt is de drempel om eens een gok te wagen
lager dan bij iemand die van huis mee krijgt dat elke vorm van gokken niet goed
is. Als je van je ouders meekrijgt dat je niet iets ondoordachts moet doen en
rationeel zaken moet benaderen is de kans kleiner dat iemand gaat gokken.
Aangezien die persoon de statistieken dan eerder vertrouwt en snel inziet dat
er niets te winnen valt. Iemand die juist meer op emotioneel gebied zijn acties
beslist en aan dingen begint zonder er eerst bij stil te staan, zal niet de
statistieken geloven, maar naar mensen luisteren die geld winnen in het casino.
Daarentegen kunnen signalen die verliezers afgeven de persoon tegen houden om
te gokken. Toch zal naar ons inziens dit minder vaak voorkomen. Zoals een
kenmerk is in fase 1 zal er opgeschept worden over hoge winsten.
Bekend
is dat mensen die gaan gokken daaraan voorafgaand problemen ondervonden ten aan
zien van het aangaan van contacten (De Vos, 1995). Dit kan betekenen dat de
gokker maar een beperkt sociaal netwerk heeft, waardoor hij onvoldoende gebruik
kan maken van de “buffer-“ en “directe” effecten
zoals beschreven in hoofdstuk 3. Vanuit eenzaamheid kan iemand gaan gokken, dit
is dan een middel om met spanningen om te gaan. Als de gokker winst maakt, kan
hem dat een goed gevoel geven. De omgeving ziet in deze fase wel het winnen,
niet het verliezen. De gokker maakt dus contacten door het gokken die hij
eerder niet kon maken (pleziergokken).
Op
het moment dat de persoon in gebrekkige leefomstandigheden leeft, kan de gokker
juist gaan gokken om zijn omstandigheden te verbeteren door een gok te wagen om
er uiteindelijk geld er mee te kunnen verdienen, dit woordt
ook wel instrumenteel gokken genoemd (Kingma, 2002).
4.3 De verliezende fase
In
deze fase gaat de omgeving de invloed ervaren van het gokgedrag. Er ontstaat
een spanningsveld tussen de gokker en zijn omgeving. Dit spanningsveld wordt
veroorzaakt door een wisselwerking van fors geld lenen, persoonsveranderingen
(lusteloosheid, prikkelbaarheid en terugtrekken), minder zorg besteden aan
relatie en gezin. Er ontstaat wantrouwen en de omgeving ervaart dat de steun
die zij biedt niet voldoende is om het spanningsveld weg te nemen.
Een
belangrijk aspect in deze fase is hoe de gokker omgaat met schuld en schaamte
(Kingma, 2002). Als er sprake is van schuldgevoelens bij de gokker, dan is hij
meer gericht op zijn omgeving. Hij voelt zich schuldig omdat hij zich
terugtrekt, geld leent etc. De gokker zal zichzelf voornemen zijn gedrag te
beteren. De norm vanuit de omgeving (dat gokken niet goed is) is duidelijk, de
gokker wil hieraan voldoen en ontwikkelt minderwaardigheidsgevoelens omdat
hij er niet aan kan voldoen. Dit uit zich in schaamte. Dit is erger dan
schuldgevoelens. De gokker gaat twijfelen aan zichzelf en zich meer
terugtrekken in het gokken. In de pedagogiek wordt gesteld dat het belangrijk
is om een kind te straffen voor een daad en niet als persoon zelf. Nu kan je
dit toepassen op schuld en schaamte. Wanneer een kind straf krijgt op specifiek
gedrag dan zal het kind zich schuldig voelen en het gedrag verbeteren. Wanneer
er gestraft wordt op de persoon, dan voelt het kind zich als persoon afgewezen.
Deze twee manieren van straffen hebben volgens ons een belangrijke invloed op
de ontwikkeling van het gokgedrag van de gokker. De gokker die in zijn jeugd
gestraft wordt op eigenschappen, maar niet als persoon, zal eerder kunnen
stoppen met gokken. Hij zal zijn gedrag inzien en verbeteren. Mocht de persoon
juist bestraft worden op zijn persoonlijkheid an sich dan zal hij zich schamen. Om dan te stoppen zal voor
de gokker veel moeilijker zijn, omdat hij de schaamtegevoelens om moet kunnen
zetten naar schuldgevoelens, welke verbeterd kunnen worden.
4.4 De wanhopige fase
In
deze fase ontstaat de werkelijke vervreemding van het primair sociaal netwerk.
Door wantrouwen vanuit de omgeving vallen hulpbronnen weg, de omgeving is niet
meer voor hulp beschikbaar. De gokker gaat zich in toenemende mate onttrekken
aan zijn omgeving. Het primair sociaal netwerk heeft geen zicht meer op waar de
gokker mee bezig is en kan zijn gedrag zodoende niet corrigeren. De gokker zal
zijn problemen verborgen willen houden en het sociaal netwerk zal de problemen
niet het hoofd kunnen bieden waardoor ze de gokker loslaten. Er zal een breuk
ontstaan met het sociaal netwerk, de gokker heeft weinig tot geen contact meer
met zijn primair sociaal netwerk. Hierdoor kan de gokker geen beroep meer doen
op sociale steun. Juist nu hij deze steun hard nodig heeft, moet de gokker de
positieve invloed van sociale netwerken op zijn gezondheid en welbevinden dus
ontberen. Dit zal ervoor zorgen dat de gokker nog verder wegzakt in zijn
problemen.
De
gokker gaat de schuld van het verliezen bij anderen leggen. Nu is er sprake van
gokverslaving. De volgende lichamelijke
en geestelijke reacties kunnen ontstaan ten gevolge van overmatig gokken:
verhoogd adrenalinegehalte, vermoeidheid, hoofdpijn, slaapstoornissen, maag- en darmklachten, depressieve stemmingen, agressieve
gevoelens, minderwaardigheidsgevoelens, vermoeidheid, suïcidale gedachten,
transpireren, hoofdpijn, assertiviteitsproblemen, tremoren,
angsten, achterdocht en geheugenverlies. Duidelijk is dat deze reacties veel problemen
kunnen geven voor de gokker in zijn sociale omgeving. Omdat de sociale steun
grotendeels weggevallen is, heeft de gokker bij deze ziekteverschijnselen
weinig baat bij de effecten van sociale netwerken op gezondheid. Hier is ook
het secundaire netwerk van belang. Door de ernst van de situatie zal de gokker
ook daar problemen krijgen, bijvoorbeeld in zijn werk-
of schoolsituatie.
4.5 Kritieke fase
In
deze fase realiseert de gokker zich wat de gevolgen zijn van zijn gedrag. Hij
ziet in dat hij hulp nodig heeft. Aangezien er in de vorige fase een breuk is
gekomen tussen de gokverslaafde en het sociaal netwerk zal het moeilijk zijn om
hulp te vinden binnen het sociaal netwerk. Desalniettemin kunnen er nog mensen
zijn die de gokker willen helpen. Dit zijn vaak de ouders, anders kan de gokker
professionele hulp gaan zoeken. De gokverslaafde zou zich kunnen aanmelden bij
de AGOG. Deze stichting heeft op verschillende
plaatsen in het land gespreksgroepen (www.agog.nl). Lotgenotencontact staat
centraal de AGOG. Het gaat om het delen van dezelfde
ervaringen. In kleine praatgroepen wisselen de leden ervaringen uit. Er zijn
groepen voor gokkers: de AG - (Anonieme Gokkers)-groepen en voor mensen met een
relatie tot een gokker: de OG - (Omgeving Gokkers)-groepen. In de groepen
zitten mensen die allemaal het probleem "van binnen uit" kennen,
doordat ze het zelf meegemaakt hebben. Door het uitwisselen van ervaringen,
leren de groepsleden elkaar en daardoor ook zichzelf te helpen. De
zelfhulpgroepen worden begeleid door iemand die het probleem aan den lijve
heeft ervaren. Dat betekent dat diegene die de gesprekken van de groepen
begeleidt, zelf ook deel heeft uitgemaakt van een AG-
of een OG-groep. De gesprekbegeleiders krijgen van de
AGOG training en begeleiding voor hun werk. Bij het gokvrij worden, is de
ondersteuning van de mensen uit de omgeving van een gokverslaafden belangrijk.
Deze worden dan ook betrokken bij een aparte zelfhulp groep de zogenaamde
Omgeving Gokkers groepen. Of bij het Maatschappelijk Werk. Het Maatschappelijk
Werk is bekend met het hulpverlenen van cliënten in samenhang met de sociale
omgeving. De Maatschappelijk Werker zal dan ook het primair sociaal netwerk
mobiliseren om gezamenlijk de gokker van zijn verslaving af te helpen. Zo
ontstaat er een professionele steunstructuur.
4.6 Fase van herstel
Nadat
de gokker hulp gevraagd heeft moet er een hulpplan worden opgemaakt. Hoe zorgt
hij ervoor dat de breuk met het sociaal netwerk hersteld wordt en hoe worden de
financiële zaken geregeld? Het primair sociaal netwerk en het secundair sociaal
netwerk bestaande uit de AGOG en het Maatschappelijk Werk (MW) hebben hun eigen
manier van werken, maar het uitgangspunt is het zelfde. Zoals is hoofdstuk 3 is
omschreven zijn er verschillende soorten steun. De verschillende netwerken
zullen ieder een andere soort steun geven. De steun van het sociaal netwerk is
voornamelijk affectief en materieel, de steun van de AGOG en het MW zal vooral
bestaan uit cognitieve ondersteuning, feedback en begeleiding.
Een
belangrijk punt is dat er acceptatie komt van het probleem. De gokker heeft een
gokverslaving en deze gokverslaving heeft voor veel problemen gezorgd. Door het
verslavingsgedrag zal de gokker potentiële hulpbronnen kwijt geraakt zijn. De
gokker zal alles inzetten om met het gokken te stoppen en de vertrouwensbreuk
met het sociaal netwerk te herstellen.
Ten
aanzien van het sociaal kapitaal is in deze fase belangrijk of en hoeveel
mensen er beschikbaar zijn voor steun, welke hulpbronnen gemobiliseerd kunnen
worden via deze personen en of deze personen bereid of verplicht zijn de hulp
te leveren. Als er vanuit het primair sociaal netwerk geen steun meer voorhande is, heeft het secundair sociaal netwerk een
belangrijke taak te vervullen. Via hulp van de AGOG en het Maatschappelijk Werk
kan de gokker dan werken aan herstel van de breuk met het primair sociaal
netwerk. Voor de gokker zal dit een moeilijk proces zijn omdat hij voorafgaand
aan het gokken al problemen met het aangaan van contacten had. Hij zal dus
moeten leren hoe hij sociaal vaardiger kan worden en meer dan voorheen een
beroep kan doen op steun vanuit zijn omgeving.
Als
de gokker vervolgens weer een beroep kan doen op sociale hulpbronnen vanuit het
primair sociaal netwerk, heeft hij baat bij de volgende effecten zoals
beschreven in hoofdstuk 3. Het "buffer-"effect van het sociaal netwerk speelt een
belangrijke rol. Door het bieden van steun zal het primair sociaal netwerk
optreden als een buffer voor stress. De stress ontstaat doordat de gokker zijn
verslaving het hoofd wil bieden. De steun kan zowel materieel als affectief van
aard zijn. Materiële steun is bijvoorbeeld helpen met schulden afbetalen en
affectieve steun is emotionele hulp, de gokker keer op keer laten merken dat
hij een beroep op het netwerk kan doen. Doordat de gokker een beroep kan doen
op zijn primair sociaal netwerk, kan hij beter omgaan met de stress, dit zal
moed geven om stappen te ondernemen om van zijn verslaving af te komen.
Ook
de "directe" effecten van sociale netwerken op de gezondheid van de
gokker zullen optreden in deze fase. De gokker heeft besloten dat hij wil
stoppen met gokken en dat hij geen deel meer wil uitmaken van de gokkerswereld. Doordat de gokker zich meer richt op een
sociaal netwerk wat steunend is, zal hij zich gaan gedragen naar de normen die
in dat netwerk gelden, de zogenaamde sociale regulatie zoals beschreven in
hoofdstuk 3.
Door
de steun van de omgeving zal de draagkracht van de gokker toenemen, ook dat
heeft een positief effect op het omgaan met stress. Doordat de gokker daarnaast
zelf een verandering ondergaat, er een beter zelfbeeld ontstaat, er nieuwe
interesses ontstaan en er meer ruimte is voor ontspanning, zal de draagkracht
afnemen. Dit zijn veranderingen in wat Bourdieu het
persoonlijkheidskapitaal noemt en wat in het model van Bakker terugkomt in de
individuele factoren. De risicofactoren nemen af en de beschermende factoren
nemen toe.
Nu
is er een goede basis om de verslaving te overwinnen. Niet alleen de
individuele risicofactoren nemen af, juist omdat de beschermende factoren op
sociaal niveau toenemen kan de gokker iets makkelijker de problemen het hoofd
bieden.
4.7 Fase van groei
In
de vorige fase is al genoemd dat er getracht wordt om de breuk met het sociaal
netwerk te lijmen die ontstaan is door de verslaving. Bij het herstelproces is
het belangrijk dat er weer vertrouwen ontstaat bij het sociaal netwerk in de
gokker, maar in deze fase is het van belang dat het sociaal netwerk en de
gokker zelf gaan inzien dat de persoon niet een gokker is met een
gokverslaving, maar dat er met de persoon op zich niets aan de hand is, maar
dat de persoon een eigenschap heeft (namelijk neiging tot gokken) waaruit
problemen kunnen voortkomen. Deze eigenschap moet afgekeurd worden en niet de
persoon als geheel. Op deze manier kan de persoon die voorheen gokte weer als
persoon een relatie hebben met zijn sociaal netwerk.
Er
kan nu weer een goede relatie ontstaan tussen de gokker en zijn primair sociaal
netwerk. Ten gevolge van de gokverslaving was de balans tussen draagkracht en
draaglast verdwenen. Die balans kan nu herstellen. De sociale steun vanuit het
primair sociaal netwerk speelt hierin een cruciale rol, zonder deze steun zal
het de gokker niet lukken zijn verslaving te overwinnen. In deze fase zal
degene die zijn gokverslaving probeert te overwinnen te maken krijgen met
terugval, hij zal dan in de verleiding komen weer te gaan gokken. Ook dan is de
sociale steun van het primair sociaal netwerk erg belangrijk.
Hoofdstuk 5 Beschouwing en conclusie
In
het begin van dit paper hebben we onze doelstelling en vraagstelling
beschreven.
Onze
doelstelling was inzicht te krijgen in sociale steun vanuit primaire
relaties in verschillende fasen van gokken.
De vraagstelling : welke verbanden zijn
er te leggen tussen het primair sociaal netwerk en het gokgedrag?
De
antwoorden op de doelstelling en vraagstelling hebben we gekregen door middel
van de volgende aanpak:
In
hoofdstuk 2 hebben we het begrip gokken en de verschillende spelen verduidelijkt.
We hebben een onderscheid gemaakt in behendigheidspelen en kansspelen. Daarna
hebben we door middel van de fasen van Custer het proces weergegeven naar
verslaving.
Hoofdstuk
3 gaat over het sociale netwerk en sociale steun. Er werd een beschrijving gegeven
van de functies van een sociaal netwerk in het algemeen en de verschillende
vormen van sociale steun die bestaan. Met behulp van de theorie van het sociaal
kapitaal en het model van de balans tussen draagkracht en draaglast van Bakker
is beschreven hoe sociale steun zich verhoudt tot gezondheid, ziekte en
welbevinden.
In
dit hoofdstuk 4 hebben we aan de hand van de fasen van Custer per fase de rol
van de gokker en het sociaal netwerk benoemt om het verband tussen beiden te
leggen.
Gebleken
is dat deze onderwerpen zich goed lieten combineren en dat er vanuit de theorie
over sociaal netwerk goede inzichten te ontwikkelen zijn over gokken.
Steun
vanuit het sociaal netwerk kan gezien worden als een belangrijke factor die van
invloed is tijdens keuzes die een gokker maakt om te gaan gokken en het proces
dat de gokker doormaakt naar gokverslaving en tijdens het overwinnen van
gokverslaving.
Tijdens
het schrijven van dit paper kregen we echter ook meer vragen. Deze vragen
zouden in vervolgonderzoek verder uitgewerkt kunnen worden. We hebben voor de
volgende punten gekozen die verder onderzocht kunnen worden:
·
Hoe vanzelfsprekend is het dat iemand naar een
volgende fase gaat?
·
Wat zorgt ervoor dat iemand naar de volgende fase
gaat?
·
Wat is de rol van het sociaal netwerk bij de
overgang van de ene fase naar de andere?
·
Is dit model niet pas achteraf te verifiëren? Voor
de gokker is een onderdeel van het probleem dat hij niet kan inzien wat het
gokken met hem doet.
Kritieke aantekeningen bij
de paper
In
de paper hebben we het geestelijke aspect voor een groot deel niet behandeld,
ondanks dat dit belangrijk is om het gokken en de verslaving in kaart te
brengen. Zo zijn er in de psychologie en psychiatrie veel interessante
stromingen waarbinnen het gok fenomeen wordt uitgelegd. Denk hierbij aan de
psychopathologie welke het dwangmatige aspect van het gokken verklaart. Ook
vanuit de biologische en economische disciplines zou dit onderwerp benaderd
moeten worden. Zoals wij aan de hand van de literatuur ontdekt hebben is hier
ook aandacht voor. Het voerde echter te ver om deze informatie in dit paper te
betrekken.
Wat
ons opviel in de literatuur is dat er weinig aandacht geschonken wordt aan de
sociale aspecten van gokken. Met dit paper hebben we een begin gemaakt met het
in kaart brengen van de relatie tussen gokken en sociaal netwerk.
Literatuurlijst
Bakker, K. et al.
(1999) Kwetsbaar en competent. Sociale participatie
van kwetsbare jeugd. Utrecht: NIZW.
Fris, M. (1999) Door
het lot verbonden. Een beschrijvend
onderzoek naar zelfhulp bij gokverslaving. Utrecht: Centrum voor
verslavingsonderzoek.
Hermkens, P. et al. (1988) Kansspelen als riskante gewoonte. Probleemaspecten van gokken in Nederland
verkend. Utrecht: Rijksuniversiteit, Faculteit der Sociale Wetenschappen.
Kerssemakers, R. (1992) Als de knikkers het spel bepalen. Over gokken en gokverslaving. Amsterdam:
De Brink.
Kingma, S. (1993) Risico-analyse kansspelen. Onderzoek naar de aard en omvang van gokverslaving in Nederland.
Tilburg: KU-Brabant, Vakgroep
Vrijetijdswetenschappen.
Kingma, S. (2002) Het
gokcomplex. Verzelfstandiging van
vermaak. Amsterdam: Rozenberg Publishers.
Kuiper, G. (1988) Gokkende mensen. Groningen: Wolters-Noordhoff.
Pierce, G, Lakey, B, Sarason
I and B. (1997) Sourcebook of social support and personality. New York: Plenum
Press.
Tijhuis, M. (1994) Social networks and
health. Utrecht: NIVEL.
Tijhuis, M. (1996) Kenmerken van sociale netwerken en gezondheid. Theorie en empirie. In Tijdschrift voor
Sociale Gezondheidszorg 74 (2).
Vos, T. de (red).
(1995) Gokverslaving. Hulpverlening en
preventie. Lisse:
Swets en Zeitlinger.
www.agog.nl. Stichting Anonieme Gokkers en Omgeving.